Roeitechniek

Dit artikel komt oorspronkelijk van de site van de KNRB: http://www.knrb.nl, roeitechniek

Auteur: Kris Korzeniowski
Vertaling: Jan Timens
Foto: EC & BC, Sybrand Treffers

Inhoud:

INLEIDING

Een atleets technische vermogen, conditie en motivatie bepaalt het niveau van zijn of haar prestatie.

Hoewel techniek bij alle sporten een rol speelt, vergt roeien een aanzienlijke technische kwaliteit voordat een hoog prestatieniveau bereikt kan worden. Het heeft geen zin om te werken aan kracht, uithoudingsvermogen en andere fysiologische aspecten als de roeier niet de vaardigheden bezit om deze te gebruiken voor het verhogen van de bootsnelheid.
Vaak kunnen kleinere, en minder sterke lichte ploegen zich meten met sterkere zware ploegen - met name in de kleine nummers - omdat ze technisch beter zijn.

Coaches moeten zich concentreren op de basisprincipes van de roeitechniek. Door je te blijven richten op de basisprincipes kun je zowel beginnende als gevorderde ploegen coachen. Vele ervaren en succesvolle coaches hebben hun coachmethodieken in de loop der jaren vereenvoudigd.

Als coach moet je de basisprincipes van de roeitechniek volledig begrijpen en beheersen. Je moet een duidelijk beeld van de roeihaal hebben en in staat zijn om dit in simpele termen duidelijk te maken aan je roeiers.

Natuurlijk roeien

De techniek die hier gepresenteerd wordt is een logische, natuurlijke beweging. Er is geen plaats voor abrupte bewegingen die de boot doen hokken of afremmen. Lichaamsbeweging, hendelvoering en rijden moeten in overeenstemming zijn met de snelheid van de boot.

In het begin van de haal zet de roeier zijn blad vast in het water, tegelijkertijd de benen tegen het voetenbord duwend. Het bovenlichaam en de armen geven alleen weerstand: je hangt aan de riem terwijl de benen uitgetrapt worden. Tegen het einde van de beentrap zwaait de romp naar achteren, gevolgd door snel buigen van de armen. De benen, romp en armen werken in een logische en natuurlijke volgorde samen, elkaar gedeeltelijk overlappend. Hierdoor wordt een constante druk op het blad geleverd.

Als de roeiers het idee van hangen doorhebben, zal het niet nodig zijn om ze te vertellen wanneer de rug te 'openen' of de armen te buigen. Hangen aan de riem dicteert de natuurlijke bewegingsvolgorde.

Een ander uitgangspunt is dat alle bewegingen afhankelijk zijn van elkaar en in harmonie zijn met de snelheid van de boot. Op deze manier lijkt de hele haalcyclus - ongeacht het tempo - eenvoudig, vloeiend en gemakkelijk. De vloeiende haal maakt foute bewegingen - abrupte versnellingen, rukken - duidelijker zichtbaar.

Fasen van de Roeihaal

Roeien is een cyclische sport; roeiers herhalen telkens dezelfde volgorde van bewegingen - de haal. Als we het hebben over de roeihaal bedoelen we de roeicyclus.

De roeicyclus bestaat uit 2 fases:

Om een goed beeld en begrip van de roeihaal te ontwikkelen, hebben we deze in een aantal posities opgedeeld:

Veranderingen van de hoeken van knieën, heupen en ellebogen bepalen de 'werk'posities van de belangrijkste spieren in benen, rug en armen. Om het leerproces te vergemakkelijken worden drie controlepunten voor iedere positie gebruikt:

Fig 1- De hoeken van de belangrijkste spiergroepen die gebruikt worden bij het roeien.
Links de hoeken bij de catch, rechts de hoeken bij de eindhaal.

De analyse van de roeicyclus begint met het eerste gedeelte van de recover. Tijdens de recover glijdt de roeier niet alleen naar voren, maar vindt ook de voorbereiding ('body preparation) voor het kritieke moment van de plaatsing van het blad in het water plaats.
Te weinig voorwaartse lichaamshoek (inbuigen) veroorzaakt een reeks van fouten: met handen en schouders de boot in duiken voor de catch, blad beweegt van het water af , invegen, enzovoorts. Het nut van een goede recover en body preparation kan hierom niet voldoende benadrukt worden.

Scullen

De eerste helft van de recover

De kniehoek is vlak, het bankje is in de achterste positie.

De heuphoek is open; het bovenlichaam is in 'lay-back' positie.

De elleboog hoek is vlak; de armen zijn gestrekt en 'trekken' het bovenlichaam uit de Lay-back naar een licht voorover geleunde positie. Dan begint de glijfase naar voren.

Deze positie is een erg belangrijk punt in de eerste helft van de recover. Het lichaam is nog in de lay-back positie, terwijl de handen weggestrekt worden van het lichaam.

 

De tweede helft van de recover

De kniehoek is licht gebogen; het bankje bevindt zich in het midden van de sliding.

De heuphoek is redelijk scherp; het lichaam leunt naar voren naar maximum reach.

De armen zijn geheel gestrekt, niet overstrekt. Het is belangrijk om volledig gestrekt en ingebogen te zitten, zodat je alleen maar hoeft aan te glijden naar de catch.

 

Plaatsing van het blad in het water - de Catch

De kniehoek is scherp; schenen zijn bijna verticaal in een full compression positie

De natuurlijke lichaamshouding is vanuit de heup naar voren reikend met een licht gebogen bovenlichaam. De zitpositie is 'hoog' en ontspannen, je gebruikt je volledige lengte en reach.

De armen zijn volledig gestrekt.

 

De eerste helft van de Drive

De kniehoek wordt vlakker. Na de plaatsing van de bladen in het water, wordt het lichaamsgewicht overgebracht op het voetenbord door gebruik van de beenkracht. Het bankje is half uitgetrapt

De heuphoek blijft gelijk. Hierdoor ontstaat een horizontale power application. De spieren in rug, schouders en armen geven tegendruk, waardoor een goede koppeling tussen benen en bladen ontstaat. Het bovenlichaam komt niet omhoog.

De armen blijven gestrekt.

 

De tweede helft van de Drive

De kniehoek is bijna geheel vlak. Het bankje zit op het laatste kwart van de sliding. De benen bevinden zich in een zeer efficiënte positie, vlak voor de laatste push down.

De heuphoek is geopend, de body swing ondersteunt de leg drive. Het bovenlichaam is hoog en (bijna) verticaal.

De armen zijn nog gestrekt, vlak voor ze beginnen te buigen. Bij het kruisen van de handen is de stuurboord hand vlak boven de bakboord hand.

De riemen komen bijna loodrecht op de boot, mechanisch gezien een zeer efficiënt gedeelte van de haal. Het lichaamsgewicht hangt nog steeds tussen de riemen en het voetenbord.

 

Afmaken en uitpik

De kniehoek is vlak en het bankje is in achterste positie. De benen en rug zijn bijna gelijk klaar. De benen blijven duwen tegen het voetenbord, hierbij het afmaken goed ondersteunend.

De heuphoek is open, het lichaam is de lay-back positie, ongeveer 25° door de vertikaal. Het hoofd en de borst bevinden zich achter de handels.

De elleboog hoek wordt scherper als de handen de haal afmaken, ondersteund door stevige druk van de benen tegen het voetenbord. De onderarmen zijn horizontaal.
Je moet goed druk op het blad houden, ondanks de versnelling van de boot.

Bij de uitpik maken de handen een cirkel beweging naar beneden en van je af, zonder het lichaam te raken. De stuurboord hand is vlak boven de bakboord hand, totdat de handen naast elkaar zijn.

Boordroeien

De eerste helft van de recover

De kniehoek is vlak, het bankje is in de achterste positie.

De heuphoek is open; het bovenlichaam is in lay-back positie.

De elleboog hoek is vlak; de armen zijn gestrekt en 'trekken' het bovenlichaam uit de lay-back naar een licht voorover geleunde positie. Dan begint de glijfase naar voren.

Deze positie is een erg belangrijk punt in de eerste helft van de recover. Het lichaam is nog in de lay-back positie, terwijl de handen weggestrekt worden van het lichaam.

 

De tweede helft van de recover

 

De kniehoek is licht gebogen; het bankje bevindt zich in het midden van de sliding.

De heuphoek is redelijk scherp; het lichaam is klaar met inbuigen (body preparation). De buitenschouder is wat verder gestrekt en is hoger dan de binnenschouder.

De armen zijn geheel gestrekt, niet overstrekt. Het is belangrijk om volledig gestrekt en ingebogen te zitten, zodat je alleen maar hoeft aan te glijden naar de catch.

 

Plaatsing van het blad in het water - de Catch

De kniehoek is scherp; schenen zijn bijna verticaal in een full compression positie.

De natuurlijke lichaamshouding is vanuit de heup naar voren reikend met een licht gebogen bovenlichaam. De zitpositie is hoog en ontspannen, je gebruikt je volledige lengte en reach. Houd de buitenschouder een beetje hoger dan de binnenschouder.
De armen zijn volledig gestrekt.

Bij maximum reach gaat het blad in het water. De rug komt niet op; alleen de handen plaatsen het blad in het water. De snelheid van plaatsen is kritisch. Je wilt je haal niet te kort maken of het beste punt van plaatsen missen.
De efficiëntie van de leg drive gaat verloren als het blad niet meteen volledig in het water gezet wordt.

 

De eerste helft van de Drive

De kniehoek wordt vlakker. Na de plaatsing van de bladen in het water, wordt het lichaamsgewicht overgebracht op het voetenbord door gebruik van de beenkracht. Het bankje is half uitgetrapt

De heuphoek blijft gelijk. Hierdoor ontstaat een horizontale power application. De spieren in rug, schouders en armen geven tegendruk, waardoor een goede koppeling tussen benen en bladen ontstaat. Het bovenlichaam komt niet omhoog.

De armen blijven gestrekt. De buitenschouder heeft de meeste spanning.

 

De tweede helft van de drive

De kniehoek is bijna geheel vlak. Het bankje zit op het laatste kwart van de sliding. De benen bevinden zich in een zeer efficiënte positie, vlak voor de laatste push down.

De heuphoek is geopend, de body swing ondersteunt de leg drive. Het bovenlichaam is 'hoog' en (bijna) verticaal.

De armen zijn nog gestrekt, vlak voor ze beginnen te buigen.

De riemen komen bijna loodrecht op de boot, mechanisch gezien een zeer efficiënt gedeelte van de haal. Het lichaamsgewicht hangt nog steeds tussen de riemen en het voetenbord.

 

Afmaken en uitpik

 

De kniehoek is vlak en het bankje is in achterste positie. De benen en rug zijn bijna gelijk klaar. De benen blijven duwen tegen het voetenbord, hierbij het afmaken goed ondersteunend.

Het bovenlichaam komt in maximum lay-back; de buitenschouder is een beetje hoger dan de binnenschouder. Het hoofd en de borst bevinden zich achter de riem.

De elleboog hoek wordt scherper als de handen de haal afmaken, de buiten onderarm is horizontaal

Bij de uitpik zit de roeier in lay-back positie. De handen maken een cirkel beweging naar beneden en van je af, zonder het lichaam te raken. Wacht met inbuigen tot de armen volledig gestrekt zijn.

Greep

Beginners moeten een correcte grip van de riem vroegtijdig aanleren. Een foute grip veroorzaakt vele fouten en is niet gemakkelijk te corrigeren. Wees niet bang om veel tijd te investeren in een correcte grip voor beginners. Leer ze hoe een riem vast te houden voor je ze iets anders leert. Het zou goed zijn iedere training te beginnen met aandacht voor een correcte grip en het draaien te oefenen.

Scull greep


De scull grip moet ontspannen zijn met de duimen op het uiteinde van de handel, met een beetje doldruk naar buiten.

De andere vingers zijn om de riem gekromd. De handpalm is los van de riem en de pols blijft nagenoeg vlak, zowel tijdens de drive als de recover.

Het draaien bij de uitpik en de inpik gebeurt door de druk van de vingers, waardoor de handel draait in de vingers. De pols blijft vlak.

 

Boord greep

De handen zijn ongeveer 2 handbreedtes uit elkaar op de riem gezet.

De vingers zijn losjes om de handel gekromd, met de duimen onder de handel.

Beide polsen zijn vlak, met de handpalmen los van de handel. De riem moet ge-dragen worden door de vingers, niet vastgehouden in de handen.

Bij de uitpik drukken de vingers van de buitenhand de handel naar beneden. (Bij boordroeien is de buitenarm het verst van het blad). De riem wordt gedraaid door druk van de binnenhand. Het is belangrijk dat de buitenpols hierbij vlak blijft. De buitenpols van de roeiers blijft vlak, terwijl de riem in de vingers draait.

Het terugdraaien gebeurt door de vingers en duim van de binnenhand, waarbij de vingers van de buitenhand om de riem gekromd blijven. Het draaien van het blad, zowel bij de inpik als uitpik, wordt alleen door de binnenhand gedaan.

De buitenhand blijft ontspannen en vlak, waardoor de handel in de vingers kan draaien. Het gebruik van de buitenhand en -arm om 'in het water te haken' is van groot belang, omdat de buitenarm een langere hefboomwerking heeft. De vingers van de buitenhand mogen niet 'los' van de riem zijn. De buitenhand en -arm moeten voorbereid zijn om meteen na de catch de meeste belasting te nemen.

Bladwerk

Het bladwerk heeft direct gevolg op de beweging en snelheid van de boot. Hierom beste-den veel coaches meer aandacht aan correct bladwerk dan aan de lichaamsbeweging. Echter, het blad werk is een direct gevolg van wat er in de boot gebeurt. Het is mogelijk om ofwel de lichaamsbeweging of het blad werk te veranderen en verbeteringen aan de andere kant te zien. Een voorbeeld van goed blad werk:

 

 

 

Recover

Tijdens de recover gaan de bladen in een vloeiende, horizontale beweging richting boeg. De roeier moet voldoende ruimte hebben om de bladen te draaien, zonder het water te raken.

Draaien voor de plaatsing

Idealiter begint het draaien van de bladen als de handen over de enkels gaan. Draaien moet rustig gebeuren, tijdens het laatste stukje van de recover. Het mag geen invloed hebben op de (horizontale) beweging van het blad.

Plaatsing

De plaatsing van het blad in het water gebeurt snel, als een vervolg van de recover. Het moet afgestemd zijn op de snelheid van de boot, zonder te veel back-splash of front-splash. Voor beginners wordt echter een kleine back-splash aangeraden, om zeker te zijn dat ze geen water missen. Het gewicht van de riem zorgt voor de plaatsing, niet de kracht. De plaatsing van het blad in het water, moet meteen gevolgd worden door de horizontale power application als de bladen bedekt zijn.

Drive

Gedurende de drive moet de bladen 2 of 3 cm onder het wateroppervlak zitten. Omdat de boot versnelt gedurende de drive, is het van belang om ook de riemhandel versnellen, waardoor de horizontale druk op het water gehandhaafd blijft.

Uitpik

De uitpik volgt op de laatste 'push' van de boot. De roeier moet een vlotte, vloeiende, half-ronde beweging maken, om de bladen, nog steeds ongedraaid, omhoog en uit het water te krijgen. Het draaien gebeurt nadat het blad uit het water is.

De weg van de handels moet zowel tijdens de drive als de recover horizontaal zijn, verbonden door halfronden uiteinden, als de riemen van richting veranderen.
De hele beweging (draaien, plaatsen, uitpik en terugdraaien) moet gerelateerd zijn aan de snelheid van de boot en het tempo.

Samenvatting

De basale roeitechniek is een logische, natuurlijke beweging. Er is geen ruimte van drastische, abrupte bewegingen die de snelheid van de boot beperken. Lichaamsacties, blad-bewegingen en bewegingen van het bankje moeten alle in harmonie zijn met de snelheid van de boot.

Beeldmateriaal

Voor extra verduidelijking kan je eens een kijkje nemen bij 'In beeld' videomateriaal. Neem een kijkje …